Interview met een NPN-lid – Arne Oldenboom en Hans van Dongen van Jacob Hooy

16 april 2026

In deze maandelijkse rubriek laat NPN een lid aan het woord. Deze maand spreken we met Arne Oldenboom en Hans van Dongen van Jacob Hooy. Zij vertellen over het eeuwenoude familiebedrijf, de enorme diversiteit aan kruiden en toepassingen, en waarom geen dag hetzelfde is. Ook delen ze hun ervaringen met regelgeving, de rol van NPN en hun kijk op de toekomst van de sector.

Jacob Hooy

“Mijn naam is Arne Oldenboom en samen met mijn broer zijn wij eigenaar van Jacob Hooy. Het bedrijf bestaat al sinds 1743 en sinds 1846 zit het in de familie Oldenboom. Rik en ik zijn de zevende generatie, en de volgende generatie staat ook al klaar,” vertelt Arne. “Ik werk ondertussen 45 jaar bij Jacob Hooy. Ik begon toen ik 18 was en ik vind het nog steeds leuk. Wat ons kenmerkt, is dat we een enorm assortiment hebben. Je krijgt hier echt de gekste vragen. En als wij iets niet hebben, dan wordt het vaak lastig om het ergens anders te vinden.”

Hans van Dongen sluit daarbij aan. “Ik werk hier sinds 1999 en heb zo’n 15 jaar kwaliteit en voedselveiligheid gedaan. Wat dit bedrijf bijzonder maakt, is dat we aan heel verschillende klanten leveren: van apotheken tot veevoederbedrijven tot shoarmazaken. Die veelzijdigheid maakt het werk leuk.”

Kun je iets vertellen over een moment waarop jullie dachten: dit is waarom ik graag in deze sector werk?

“Voor mij zit dat echt in die verscheidenheid van klanten,” vertelt Hans. “Je ziet hoeveel je met kruiden kunt doen en in hoeveel verschillende toepassingen ze in de industrie terugkomen.”

Arne vult aan: “En het verandert ook steeds. Soms is er ineens een hype. Neem matcha, dat is nu overal. Dan wil iedereen het hebben. Dan zie je ook meteen wat er gebeurt in de markt. Prijsverschillen, kwaliteit, waar het vandaan komt… dat maakt het dynamisch.”

Sinds wanneer is Jacob Hooy lid van NPN, en kunnen jullie een voorbeeld noemen van een moment waarop NPN echt het verschil maakte voor jullie?

“We zijn al heel lang lid, waarschijnlijk sinds de jaren tachtig,” vertelt Hans.

“Wat voor mij echt belangrijk was, is de rol richting de NVWA. Als wij zelf een vraag stelden, dan nam je eigenlijk meteen een risico dat je slapende honden wakker maakte. De NVWA was toen echt alleen controlerend, niet adviserend. Via NPN konden vragen gesteld worden zonder dat onze naam genoemd werd. Dat gaf duidelijkheid zonder dat je meteen in de schijnwerpers stond. Dat was echt waardevol. En dat speelt nog steeds wel, bijvoorbeeld bij onderwerpen zoals CBD. Dan is het fijn als NPN kan meedenken en bemiddelen.”

Hoe zien jullie de toekomst van de voedingssupplementenindustrie, met name op het gebied van innovatie en wetenschappelijk onderzoek?

“Ik denk dat er nog veel gaat gebeuren rondom de darmflora,” vertelt Hans. “Daar is denk ik nog veel in te ontwikkelen. De darmflora is heel belangrijk, zelfs voor je psychische gesteldheid. Daarom verwacht ik dat er meer voedingssupplementen komen die de darmflora ondersteunen.”

Arne vult aan: “Tegelijk maak ik me wel zorgen over regelgeving. Er komt steeds meer bij. Ik ben wel eens bang dat er producten gaan verdwijnen. En veel dingen staan al jaren stil, zoals de on-hold claims. Dat maakt het lastig om duidelijk te communiceren.”

Hans vervolgt: “En wat er online gebeurt helpt ook niet. Daar wordt van alles verkocht en geroepen, terwijl wij ons gewoon aan de regels moeten houden. Dat is bijna niet te handhaven. En dat kan de sector ook een slechte naam geven.”

Als jullie één onderwerp mochten kiezen waar NPN de komende jaren extra op zou inzetten, wat zou dat dan zijn?

“De harmonisering van Europese wetgeving,” zegt Hans. “Nu zie je dat iets hier niet mag, maar in Duitsland wel. Of andersom. Dat maakt het ingewikkeld. Ook verschillen in regels, zoals accijnzen of verboden kruiden, maken het onwerkbaar. Daar zou echt meer één lijn in moeten komen.”

Welk misverstand over supplementen komen jullie in jullie doelgroep vaak tegen, en hoe kunnen we dat als sector beter uitleggen?

“Dat er claims worden gedaan die niet onderbouwd zijn, terwijl wij juist vaak niks mogen zeggen,” legt Hans uit. “Er zijn kruiden waarvan je weet wat ze doen, maar je mag het niet benoemen. Daardoor krijgt de consument soms onduidelijke informatie. En tegelijkertijd zie je online juist allerlei niet-toegestane claims. Dat zorgt voor verwarring.”

“Ook kennis speelt een rol. Sommige mensen gebruiken producten zonder goed te weten wat ze doen. Die kennis ontbreekt soms nog.”

Welke innovatie of welk ingrediënt vinden jullie op dit moment het meest veelbelovend, en waarom?

“Ik ben wel enthousiast over vlozaadvezels,” zegt Hans. “Dat is niet nieuw, maar het wordt al jaren gebruikt en zelfs reguliere huisartsen adviseren het. Het is nu al populair, en ik denk dat dat nog wel zo zal blijven.”

Arne noemt daarnaast voorbeelden van kruiden waarvan hij in de praktijk ziet dat mensen er echt iets aan hebben. Tegelijk geeft hij aan dat je daar weinig over kunt zeggen. “Je mag het natuurlijk niet benoemen, want dat zijn medische claims, maar het is wel leuk om te zien dat mensen er baat bij hebben.”

Aan welke drie kenmerken zouden NPN-leden volgens jullie minimaal moeten voldoen?

Hans: “We zitten met elkaar in één wereld van producenten, leveranciers en verkopers. Maar soms heb ik het gevoel dat partijen ons als concurrent zien, terwijl ik juist denk: als NPN-leden moeten we meer samenwerken. We hebben ook klanten die dat zo doen. Als er een probleem is, zeggen zij niet: dat is jouw probleem. Die zeggen: hoe lossen we dit samen op? Dat vind ik veel prettiger werken. Ik vind dat een NPN-lid als het ware moet voelen als een deel van de familie.”

Arne vult aan: “En natuurlijk moet je gewoon eerlijk zijn en je aan de wetgeving houden. Dat is de basis.”

Welke vraag willen jullie stellen aan het volgende NPN-lid?

“Merken jullie ook dat er online niet-toegestane producten worden verkocht? En hoe gaan jullie om met die oneerlijke concurrentie?”

Arne Oldenboom en Hans van Dongen