Europese maxima voor vitaminen en mineralen: model, zorgen uit de sector en impact assessment van start

28 januari 2026

De Europese Commissie werkt aan geharmoniseerde wettelijke maximumgehalten voor vitaminen en mineralen in voedingssupplementen en verrijkte levensmiddelen. Het doel is om in de hele EU tot uniforme maxima te komen, in plaats van de huidige situatie waarin lidstaten zelf maximumwaarden vaststellen en deze per land verschillen. Begin 2025 werd een eerste versie van een model naar buiten gebracht, waarin is uitgewerkt hoe maxima zouden kunnen worden bepaald. Hoewel het om een vroege versie gaat en er geen sprake is van vastgestelde waarden, geeft het document wel inzicht in de richting van het Europese dossier.

Model: vrije ruimte, doelgroepen en worst-case scenario

De veilige bovengrens (UL) voor vitaminen en mineralen wordt vastgesteld door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA en vormt de wetenschappelijke basis voor het vaststellen van maxima. Een veilige bovengrens is de maximale dagelijkse inname waarbij bij langdurig gebruik geen nadelige gezondheidseffecten worden verwacht.

In het model van de Europese Commissie wordt gewerkt met het principe van ‘vrije ruimte’. Die vrije ruimte wordt berekend door de veilige bovengrens te verminderen met een hoge inname via voeding. Vervolgens wordt deze vrije ruimte gelijk verdeeld over verrijkte voeding en voedingssupplementen. Deze 50/50 verdeling is bezwaarlijk, omdat deze arbitrair is en niet wordt gesteund door wetgeving. Niet alle stoffen zijn bovendien geschikt voor verrijking, waardoor een gelijke verdeling in de praktijk niet altijd logisch is.

Het model hanteert twee niveaus: één voor kinderen en één voor volwassenen. Eén waarde voor kinderen is niet passend, omdat voedingsbehoeften veranderen gedurende de kindertijd en EFSA in risicoanalyses adolescenten vaak als aparte groep behandelt. Ook lijkt het model geen waarden te geven voor supplementen voor jonge kinderen (0–3 jaar), terwijl er in de praktijk aanbevelingen bestaan voor suppletie bij jonge kinderen, zoals vitamine K en vitamine D.

Een belangrijk kritiekpunt is dat het model werkt met een worst-case scenario. Er wordt gerekend met de hoogste inname via voeding, de hoogste inname via verrijkte voeding en met een hoge dagelijkse inname van voedingssupplementen gedurende een heel leven. Deze aanpak kan leiden tot maxima die in veel gevallen zeer laag uitvallen. Daarmee ligt de nadruk op bescherming van een hypothetische consument, terwijl de uitkomst voor groepen met een verhoogd risico op tekorten juist zeer nadelig kan zijn. Daarom wordt gepleit voor een bredere benadering waarbij niet alleen risico’s, maar ook de voordelen worden meegewogen.

De Europese branchevereniging EHPM heeft geschat dat de voorgestelde maxima gevolgen kunnen hebben voor 50 tot 100 procent van de huidige supplementen met vitaminen en mineralen. Dat zou betekenen dat veel bestaande producten moeten worden aangepast en mogelijk ook van de markt verdwijnen. Ook wordt gewezen op mogelijke effecten op exportmogelijkheden en de concurrentiepositie van Europese bedrijven.

Impact assessment: Deloitte brengt gevolgen in kaart

De invoering van Europese maxima zal naar verwachting grote impact hebben op de markt. Omdat de Europese Commissie zelf geen officiële impact assessment uitvoert, hebben EHPM en Food Supplements Europe Deloitte opdracht gegeven om een impact assessment uit te voeren naar de gevolgen van de maxima die op dit moment op tafel liggen. Daarbij wordt gekeken naar mogelijke effecten op onder andere omzet, kosten en concurrentiepositie van bedrijven binnen de EU. Voor een goede analyse is input vanuit de industrie essentieel. Deloitte heeft hiervoor een vragenlijst opgesteld waarmee bedrijven data kunnen aanleveren.

Inzet van NPN

Op basis van het model heeft NPN meerdere knelpunten geïdentificeerd op micronutriëntniveau. Zo zijn er voorbeelden waarbij maxima voor kinderen onder de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid liggen, of waarbij er weinig ruimte overblijft om tekorten op te heffen. Ook zijn er nutriënten waarvoor het model ertoe leidt dat suppletie nauwelijks of niet meer mogelijk zou zijn.

NPN zet zich, samen met EHPM, in voor een wetenschappelijk onderbouwde en proportionele aanpak. NPN heeft bij het ministerie van VWS gepleit voor differentiatie van maxima per leeftijdsgroep en een risico gebaseerde benadering. Ook heeft EHPM een public affairs campagne opgezet om beleidsmakers bewust te maken van de mogelijke gevolgen. NPN heeft meegedacht over de opzet van het impact assessment en heeft samen met diverse leden aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld om dit onderzoek mogelijk te maken.

Stand van zaken wetsvorming

Er is momenteel nog geen tijdlijn voor wanneer maxima zouden worden ingevoerd. De Europese Commissie heeft aangegeven de gesprekken met lidstaten in het voorjaar van 2026 te willen hervatten. Interne discussies lopen nog over de scope van deze gesprekken, bijvoorbeeld of deze zich zullen richten op de algemene aanpak of specifiek op de niveaus. Zodra het formele consultatieproces start, zal eerst een zogeheten call for evidence plaatsvinden, een openbare oproep om input aan te leveren, gevolgd door stakeholderconsultaties.

Zodra er meer duidelijkheid is over de vervolgstappen van de Europese Commissie en de uitkomsten van het impact assessment, zal NPN haar leden en stakeholders informeren.