Selenium en zink geassocieerd met betere cognitieve prestaties bij ouderen

28 januari 2026

De vergrijzing neemt wereldwijd snel toe. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal het aantal mensen van 60 jaar en ouder verdubbelen van 1,06 miljard in 2020 naar 2,13 miljard in 2050. Met het ouder worden neemt ook het risico op cognitieve achteruitgang toe, variërend van milde geheugenproblemen tot dementie. Steeds meer onderzoek richt zich daarom op beïnvloedbare factoren die bijdragen aan het behoud van cognitieve gezondheid. Een nieuwe Thaise studie, gepubliceerd in Nutrients, laat zien dat de bloedspiegels van bepaalde spoorelementen, met name selenium, zink en koper, samenhangen met cognitieve prestaties bij ouderen. Een goede balans tussen deze micronutriënten lijkt daarbij essentieel.

Onderzoek bij ruim 850 ouderen

In dit cross-sectionele onderzoek werden 854 volwassenen tussen de 63 en 85 jaar onderzocht. De deelnemers ondergingen uitgebreide gezondheidsmetingen, waaronder metingen van lengte, gewicht en middelomtrek, en bloedonderzoek. Daarbij werden verschillende bloedwaarden bepaald, zoals bloedsuiker en bloedvetten, en ook de serumconcentraties van selenium, zink en koper. Deze spoorelementen zijn in kleine hoeveelheden essentieel voor het lichaam en spelen een rol bij antioxidatieve bescherming en het functioneren van zenuwcellen. Daarnaast werd het cognitief functioneren beoordeeld met de Mini-Cog-test, een korte en veelgebruikte screeningsmethode voor cognitieve achteruitgang. Op basis van deze test werd de groep verdeeld in ouderen met en zonder cognitieve beperkingen.

Duidelijke verschillen tussen groepen

Ongeveer een derde van de deelnemers bleek cognitieve beperkingen te hebben volgens de Mini-Cog-test. Deze groep was gemiddeld iets ouder, had vaker minder jaren onderwijs gevolgd en vertoonde ongunstigere metabole kenmerken, zoals een hogere BMI, grotere middelomtrek en hogere bloedglucose- en triglyceridenwaarden.

De verschillen in spoorelementen waren opvallend. Ouderen met cognitieve beperkingen hadden significant lagere serumwaarden van selenium en zink dan deelnemers zonder cognitieve problemen. Daarentegen waren de koperwaarden juist duidelijk hoger in de groep met cognitieve achteruitgang.

Beschermende rol van selenium en zink

Toen de onderzoekers corrigeerden voor mogelijke verstorende factoren, zoals leeftijd, opleidingsniveau en rookstatus, bleef het verband bestaan: hogere selenium- en zinkwaarden hingen samen met een lagere kans op cognitieve beperkingen, terwijl hogere koperwaarden samenhingen met een hogere kans. Volgens de onderzoekers past dit bij eerder onderzoek waarin selenium en zink in verband worden gebracht met bescherming tegen oxidatieve stress en ontstekingsreacties, die weer een rol kunnen spelen bij cognitieve achteruitgang. Een hogere koperstatus kan volgens de onderzoekers wijzen op meer oxidatieve stress, wat ongunstig kan zijn voor de cognitieve functie. In het eindmodel bleken alleen deze drie spoorelementen significant geassocieerd met cognitieve beperkingen.

Met behulp van aanvullende analyses onderzochten de onderzoekers daarnaast hoe goed de bloedwaarden van selenium, zink en koper konden helpen om te onderscheiden tussen ouderen met en zonder cognitieve beperkingen. Simpel gezegd bekeken ze: als je alleen naar de bloedwaarde kijkt, kun je dan redelijk voorspellen in welke groep iemand valt? Zink bleek daarbij de beste marker, gevolgd door selenium en koper. De onderzoekers bepaalden ook grenswaarden waarbij dit onderscheid het sterkst was, wat erop wijst dat deze bloedwaarden mogelijk bruikbaar zijn als signaal om extra alert te zijn op risico.

Voorzichtigheid bij interpretatie

Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, benadrukken de onderzoekers dat het gaat om een observationele studie. Het is daardoor niet duidelijk of veranderingen in selenium- en zinkwaarden bijdragen aan cognitieve achteruitgang, of andersom. Ook was ongeveer driekwart van de deelnemers man, wat de vertaling van de resultaten naar vrouwen beperkt. Daarnaast werd alleen gekeken naar totale serumwaarden. In toekomstig onderzoek kan het waardevol zijn om ook transporteiwitten te meten, omdat veranderingen daarin de gemeten bloedwaarden kunnen beïnvloeden.

Spoorelementen als mogelijke biomarker voor risico-inschatting

De studie wijst erop dat een gebalanceerde status van selenium, zink en koper mogelijk belangrijk is bij ouderen. Selenium en zink zouden een positieve rol kunnen spelen bij cognitieve gezondheid, terwijl een te hoge koperstatus mogelijk ongunstig is. Volgens de onderzoekers kunnen deze spoorelementen dienen als relatief toegankelijke biomarkers om ouderen met een verhoogd risico vroegtijdig te signaleren. Interventiestudies moeten uitwijzen of gerichte voeding of suppletie ook daadwerkelijk kan bijdragen aan preventie.

Bron
Charernwat, P., Chansirikarnjana, S., Panpunuan, P., Sritara, P., & Sirivarasai, J. (2025). Associations Between Serum Selenium, Zinc, and Copper Levels and Cognitive Function in the Elderly. Nutrients17(24), 3872.