RIVM onderzoekt effectiviteit van jodiumbeleid in Westerse landen

28 oktober 2025

Jodium is een essentieel mineraal dat nodig is voor een goed werkende schildklier en voor de hersenontwikkeling bij kinderen. In Nederland is de inname meestal voldoende, maar de afgelopen jaren is deze gedaald. Mensen eten minder brood, de belangrijkste bron van toegevoegd jodium, en het algemene zoutgebruik neemt af door gezondheidsbeleid. Ook de verschuiving naar meer plantaardige voeding kan de jodiuminname verlagen, omdat plantaardige producten vaak weinig jodium bevatten. Om te zorgen dat de jodiuminname in de toekomst voldoende blijft, onderzoekt het RIVM de effectiviteit van jodiumbeleid in andere Westerse landen.

Beleid in 60 landen vergeleken

Het RIVM analyseerde het beleid in zestig landen, waarvan 54 Europese en zes Westerse landen daarbuiten. In 33 landen is jodering wettelijk verplicht. In veertien landen is het gebruik vrijwillig en bepalen producenten zelf of zij gejodeerd zout toepassen. In acht landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Ierland, IJsland en Japan, bestaat helemaal geen beleid. In het geval van Japan komt dat doordat de jodiuminname daar al hoog is door de consumptie van zeewier en vis. Voor vijf landen is de situatie onduidelijk.

Naast beleid voor gejodeerd zout hebben veel landen ook een suppletieadvies. In 25 landen is dit advies onduidelijk en in 15 landen is er geen suppletieadvies. Twintig landen geven wel een suppletieadvies. De invulling daarvan verschilt: meestal geldt het voor zwangere en lacterende vrouwen, en voor vrouwen met een zwangerschapswens. In Nederland is het advies beperkter: alleen zwangere vrouwen wordt aangeraden een jodiumsupplement te gebruiken, en alleen wanneer de voeding onvoldoende jodium levert.

Beleid in Nederland

In Nederland is het gebruik van gejodeerd zout vrijwillig, maar voor brood wordt het gebruik actief gestimuleerd. Daardoor is brood de belangrijkste bron van toegevoegd jodium. Sinds 2008 mag, naast brood, keukenzout en vleeswaren, gejodeerd zout ook worden toegepast in veel andere voedingsmiddelen. Verwacht werd dat hierdoor vrijwel al het brood en ongeveer de helft van de andere producten met gejodeerd zout bereid zouden worden. In de praktijk bleek die toename echter beperkt, waardoor de gemiddelde jodiuminname na 2008 is gedaald.

In veel landen is het beleid strenger, met verplichte jodering van (bijna) al het zout of het verrijken van een breder scala aan producten. Ook het Nederlandse suppletieadvies is beperkter vergeleken met sommige landen.

Effectiviteit lastig te vergelijken

Het rapport benadrukt dat het moeilijk is te bepalen welk beleid het meest effectief is. Veel onderzoeken meten de jodiumstatus met een eenmalig urinemonster, wat slechts een momentopname geeft. Ook de uitvoering verschilt: soms bestaat er wel beleid, maar wordt gejodeerd zout door producenten of consumenten nauwelijks toegepast. Zulke verschillen maken het lastig om landen goed met elkaar te vergelijken.

Naar een toekomstbestendig jodiumbeleid

De kennisnotitie van het RIVM vormt een eerste stap binnen het project Naar een toekomstbestendig jodiumbeleid. Dit project onderzoekt welke aanpassingen in Nederland nodig zouden kunnen zijn om de jodiuminname in de toekomst te waarborgen. In vervolgonderzoek worden verschillende scenario’s verder uitgewerkt, zodat het ministerie van VWS kan beslissen of en hoe het huidige beleid moet worden aangepast.

Bron
RIVM (2025). Overzicht van jodiumbeleid en mate van succes hiervan in Europa en Westerse landen buiten Europa. https://www.rivm.nl/publicaties/overzicht-van-jodiumbeleid-en-mate-van-succes-hiervan-in-europa-en-westerse-landen